Afkortingen en tekens
aanw: aanwijzend
bep: bepaald
betr: betrekkelijk
bez: bezittelijk
bv: bijvoeglijk
bw: bijwoord
enk: enkelvoud
geb wijs: gebiedende wijs
mv: meervoud
m: mannelijk
v: vrouwelijk
o: onzijdig
onbep: onbepaald
pers: persoonlijk
pltsn: plaatsnaam
sl: sleeptoon
st: stoottoon
teg: tegenwoordig
tt: tegenwoordige tijd
tv: tussenwerpsel
Tw: telwoord
Vnw: voornaamwoord
Vrag: vragend
Vt: verleden tijd
Vw: voegwoord
Vz: voorzetsel
Ww: werkwoord
|: scheidingsteken van een versregel
‘: nadrukteken voor voorgaande lettergreep
mijnteken
